In de naam van groene bomen,
milde wouden en zachte zomen,
van zeven windveren hoog gedreven,
en stervenswitte jongensdromen.
.
In de naam van prille velden,
stil geschreeuw der ongetelden,
van twaalf maanden op een koord,
onaangehoord vooruit gesnelden.
.
In de naam van liefdesrijp,
van komende een koninkrijk,
van duizend zandkorrels klein ons woord,
en duizend zandkorrels klein ons leven,
waar een zout van onschuld blijft.
.
In de naam van elke zegen,
van onder de zon en onder de regen,
miljarden ster ‘t uitspansel prijkt,
torenend de boom des levens.
.
In de naam van een mosterdzaad,
van het goede over het kwaad.
In de naam van elk kind gegeven,
en die zijn zin ter wereld gaat.
.
.
.
.
Zo dan weer uit psychotherapie.
Als een moon-key uit de mouw.
Maansleutel van zieletrouw.
.
(Grieks psychè = ziel ; Grieks therapeia = zorg).
.
Want nu weet je eindelijk wel zeker dat je een Asperger-autist bent, met een redelijk Instelligentie Quotiënt, en daar valt weinig tegen aan te therapeuteren, omdat het een zielszetting geworden is, en zich als zodanig heeft bestendigd. En dan weet je nu ook dat je blog een typische, Asperger-autistische tunneling is, een obsessieve interessevorming en een hardnekkig onderwerpenfanatisme. Alsmede een falend perfectionisme dat des menschen is. Maar door je instelligentie was het zeker niet alles onzin wat de klok sloeg, ook niet de vrije associatie in verzen. Toch eindigt hier je koppigheid en ook eindigt hier je blog.
Hoe een profeet ook homo kan zijn, en de Vader der mensen geen ene mens uitwerpt.
Overgevoeligheid behoort tot de typische Aspergerautist, samen met krachtige identificaties en tegenidentificaties.
‘Charme’ of ‘aardigheid’ zijn zeker niet zijn in het oog springende handelsmerk, want hij houdt niet per se van de aangekweekte charme en van de aangedikte jovialiteit; die kunnen zo diep gaan als een storm in een glas vol met eigenbelang. En waarom moet een mens altijd aardig zijn?
(Hoewel liefhebbende vriendelijkheid inderdaad de wakkerheid bestond van Siddharta Gautama de Boeddha, en zijn meest wezenlijke levenshouding, levensdeugd en levenswaarde vormde).
.
Er is in het gewone leven, buiten de televisie, alledaags op straat, bij tijd en wijle een rotsfeer tegen homo’s. Want daar is het scheldwoord niet ‘nikker’ (excuses even) en niet ‘geiteneuker’ (excuses even), nee, het meest favoriete scheldwoord, zelfs onder kinderen her en der, redelijk ook geaccepteerd en weinig gescrutineerd, is ‘homo’ en ‘flikker’. Ja, dat is de geëvolueerde, favoriete democratie en de gedurige bliksemafleider.
Dat is het geestesgezonde leven van een heterosamenleving in toch nog redelijk breed conclaaf. Want dit soort schelden schijnt (klaarblijkelijk) minder ernstig van aard te zijn… om het over aftuiging, rammerij en aanslagen niet te hebben.
Maar zou je eens iemand om zijn buitenkleur iets aandoen, in plaats van om zijn binnenkleur. Dan staat er subbiet een standbeeld in het Vondelpark. Terecht, vanzelfsprekend, en zeer natuurlijk geselecteerd… Toch zijn er velen van buitenkleur die er enige mensen van binnenkleur verre en nog verder wensen. Die staan ook bij zo een standbeeld, en verlossen niet uit hun spiegel ‘t raadsel.
Zijn wij dan geen roze ras, en is dit schelden geen racisme? Hoewel wij er geen naam voor namen? Naast seksisme en naast racisme er geen naam voor namen.
.
Kras kras kras!
En ras ras ras!
Smoor ‘t maar in je stropdas,
of in een ander soort klas.
Of hou het binnensmond
en lek je eigen wond,
hondje in de avondstond.
Oder noch sowas.
.
Als er dan gescholden wordt, en het valt niet op te houden in de onderpens, dan maar liever met wat intermenselijk overeenkomstige lichaamsdelen, die wij aan elkaar blijkbaar niet zo hoog achten. Of liever via een schelgezegde met wat flamboyantie: "Stuk tropisch hardhout." in zeldzame gevallen. Of: "Kruip in je eik." voor de algemeenheid. Of: "Zoek het achter je eigen schellen." aan de onwetenden.
Zoiets… waar het dan blijkbaar past.
En liever helemaal niet schelden, maar veeleer je woord veredelen.
.
Een rotsfeer dus soms zo her en der. Maar wij homo’s zijn ook een rots-sfeer, zoals onze Goede Vader zei, voor wie er begrijpt wat dit bedoelt, ook met een teer gestel: een apenrots-sfeer en een apetrots-sfeer. Waar nodig lief, ja, waar nodig lief, en waar ‘t verdiend wordt hard als een straatsteen, waaraan ieder het hare of zijne kwijt kan. Bijvoorbeeld een lief woord. En des noods een biertje of koppie koffie. Yo yo…
En als er niet gescholden wordt, want velen doen dat gelukkig niet, dan voel je toch vaak genoeg de gedachte of de attitude die uitsluitend is, en die van zichzelf altijd maar weer hetzelfde opzoekt, en je de nek toewendt na het kortaf der ‘welwillendheid’. Je in een ogen-blik een donkere oog op slag uitdeelt, midden in gelukkig wel de rechtstaat.
.
.
En zo staat ons misschien nog een (toch wel zeer terechte) woedeuitbarsting op televisie vers en helder voor de geest, fulminerend tegen een opnieuw, of steeds weer, verder woekerend onrecht. Dat was toen de Lim van Pim.
(The limit)
.
Zijn wij niet allemaal kinderen geweest, en willen wij niet allemaal op een enigszins gelukkige wijze volwassen worden en zijn? Is dit eigenlijk geen meest menselijk recht?
Want nee, wij doen hier niet zielig, maar wij schetsen een eerlijke gerechtigheid. De onderdrukking van de ene zal immers wel steeds de onderdrukking van de ander vorderen. Het is de duizendjarige kramp van een statische armworsteling die geen centimeter van zijn plaats komt. Ja, wanneer er iets breekt, en er is al veel gebroken. En meer voor degenen die daarvan het meest de last hebben en het meest gekwetst worden. Dus misschien zullen wij voortaan in een in stukjes gebroken samenleving wonen, op een glazen wereldpuzzle van broze gerechtigheid die steeds weer burgers barsten doet. Of misschien zullen wij voortaan leven in een maatschappelijke ontwikkeling van door rollen gewikkelde rollen, zich de vrijheid en vrede beamend, of zich de vrede en vrijheid benemend.
Samen in ene multi-kul, turend naar iedere verdachte ander met het boze oog? Of een tikkie terug relativerend, zichzelf of de ander een werk, een plicht en een recht toespelend? Zichzelf en de ander in een schuimende kroes hervindend, nuchterend de diverse zielen, en elkaar de Bob belijdend en bellend? Zichzelf geen God achtend, binnen geen publieke ruimte, godsdienst of ongeloof? En toch trouw te blijven aan mensen in dit ene grote woud van vrije letter en geest, van oprechte wil en wet, van gedurfd slagen en falen, en door de bomen het bos helder ziend? Waar wij van tussen de toppen slingerend elkaar een soort van liefde bewijzen, een tikkie streng hier, of nog wat strenger, en een beetje lief daar, of nog wat liever?
Opdat geen mens, met welke conditie of eigenschap ook, buiten ‘t scheepske van heden en buiten dit scheepske der toekomst sta? Wij durven hier wel een "alaaf " te prevelen. En een vlamend betoog te houden voor zulk een eenheidsstaat der unica.
.
.
Deze blog loopt nu teneinde. De enkele verdwaalde of bevlogen lezer die een gestreken alineaatje verder kwam en die ik misschien toch wat ontplooiing heb kunnen bieden, is bij deze welgemeend bedankt voor zijn tijd en interesse. Toch staakt voor wat dit tikken betreft het klokje van de schrijver en gaat zich aan zijn ambachten wijden. Want er is velerlei liefde voor werk, en zeker kennen wij die.
Het ga u hopelijk ieder goed, en hopelijks hoopt u dit mij hopende.
Want de liefde is de grootste,
bij het vertrouwen en de hoop.
.
Kussie en mazzel tov, u allen.
.
Den profeet
(mens, man, toegepast kunstenaar, ambachtsman, Asperger autist, en, indien tussen deez’ ook een enig belang: homoseksueel).
.
.
.
.
.
.
.
.
Liefde
Is
Een
Fontein
Der
Eeuwige
.
.
.
.
.
.
.
.